Reisverslag 6 “wat een pech!”

De afgelopen dagen was Bo niet fit. We zouden naar het uiterste noorden, naar Chitipa gaan. Maar aangezien het daar niet aangenaam verblijven is en we het hier in Mzuzu heel goed hebben: goed eten, een goed bed en een fijne douche, hebben we besloten om hier langer te verblijven. Dat was een goede zet, want het duurde toch wel vier dagen voordat Bo zich weer wat beter voelde. Of hij teveel van zichzelf heeft gevergd of dat er iets mis is gegaan met de hygiëne weten we niet. Dat blijft natuurlijk wel een groot issue.

Inmiddels heb ik mij twee mooie Afrikaanse jurken aangeschaft. Ik hou ervan om hier naar de markt te gaan. Dat is zo leuk hele kleine donkere zanderige paadjes tussen alle kraampjes in. Je kunt elkaar nauwelijks passeren zo smal. En als je langs loopt roepen ze: Hé mama, can I help you? How are you?

Dat is trouwens standaard om te vragen: How are you? I am fine and how are you? Yes, I am also fine. De hele dag gaat het zo door. Soms vergat ik het te vragen, zei ik alleen maar goodmorning of zo. Maar dat is heel erg onbeleefd.

We zijn ook nog naar Nkhata Bay geweest, daar is een leuke souveniersmarkt. We gaan er altijd naar toe als we hier zijn. Wel moet je uitkijken met de prijzen, want ze beginnen altijd te hoog. Maar Bo kan goed afdingen. Op een gegeven moment trekt hij dan een lijn in het zand voor hun kraam en zegt: als ik over de lijn ben is het afgelopen, dan ben je te laat en is het gedaan. Daar houdt hij zich ook strikt aan. Belangrijk voor de volgende keer. Toen we teruggingen naar het hotel stopte de auto er ineens mee. Het lampje van de motor brandde en een geratel.. wat een pech! We hebben een tijdje gewacht maar er was weinig hoop leek het. Toen hebben we een chauffeur gebeld die we vaker hadden gehad (fijn als je wat connecties hebt) en die bracht ons naar het hotel. De chauffeur heeft het verder kunnen regelen. Het was de radiator. Ze hebben hem later gemaakt door de regelaar er tussen uit te halen ☹ of dat nou zo’n goed idee was.. want een paar dagen later op dezelfde weg, gebeurde het weer. Nou is het wel een weg met heel veel bochten en hele steile hellingen.

Zo’n auto heeft sowieso heel wat te verduren. Tjonge als je soms ziet over welke wegen we gaan en door welke modder we moeten dan hou je je hart vast. Zonder vierwielaandrijving kan zoiets echt niet. Soms zaten we achterin met de ogen dicht. De auto huren we. De chauffeurs zijn vrienden, die betalen we apart. Benzine komt natuurlijk ook voor onze rekening.

De natuur is prachtig. Ik geniet ervan om te kijken naar de meest verschillende bomen en struiken, bloemen en planten. Planten die wij in de vensterbank hebben staan zijn hier gewoon als struiken of zelfs bomen (ficus benjamin; nou dat is me een grote boom!) Ik heb zelfs orchideeën aan de kant van de weg gezien. Verder bananenbomen, kokosnootbomen, mangobomen, rubberbomen – met allemaal plastic zakjes eromheen, waar ze de rubber uit tappen. Deze zijn wel aangeplant. En als je de echte oerbomen ziet, met hun grijze dunnen kronkelstammen, prachtig!

Bo maakt goede afspraken hier. Er is alweer een nieuw plan in zijn hoofd ontstaan, als vervolg op het project. Hij leeft hier. Ik weet niet hoe ik het anders moet omschrijven. Maar het is ook erg uitputtend voor hem. Drie weken is eigenlijk genoeg als je zo hard en veel werkt. Hij gunt zich hier gewoon geen rust. Hij is altijd met de mensen hier bezig. Hij probeert ze ook sommige zaken bij te brengen, bv. Om niet altijd te vragen, te bedelen. Dat dat niet goed is, dat ze zelf een oplossing moeten zoeken voor hun probleem. Er is altijd een oplossing, probeer die te vinden. Ook voor wat betreft hun eten, nsima. Altijd maar mais eten is niet goed, probeer af te wisselen. We leggen ze altijd de schijf van vijf uit. Deze is geloof ik al achterhaald, maar voor hun als begin is het niet verkeerd: brood, melk, vlees, groente en fruit en vet. Probeer af te wisselen. Dus we houden ons ook bezig met opvoeden😉.

Verder hebben we ook nog het wildpark Vwasa bezocht. De bedoeling was om een tocht te maken naar Nyika, maar de rit er naar toe was bar. Er zaten twee grote trucks vast in de modder en we moesten heel lang wachten totdat ze ruimte hadden gemaakt zodat we er langs konden. Wat een modder! Toen besloten we dat het beter was om naar Vwasa te gaan, want Nyika was nog twee uur verder dan Vwasa. Wel zijn in Nyika meer verschillende dieren te zien, bijvoorbeeld ook zebra’s, maar dat zou betekenen dat we dan de terugweg misschien in het donker langs dezelfde weg moesten. In het donker rijden is sowieso niet aan te raden. Dat is erg gevaarlijk. Als de weg dan ook nog niet een asfaltweg is, is dat zeker niet handig.  Dus dat was geen optie. Helaas waren we in Vwasa echter net te laat. Twee dagen ervoor was de regen begonnen en dan trekken de dieren weg van het grote meer, dieper de bush in. We hebben er alleen nijlpaarden gezien en koedoes. Jammer van onze barre tocht er naar toe, maar volgende keer beter.

We gaan nu onze laatste week in en hebben besloten er toch even twee dagen tussenuit te gaan. Even naar Lake Malawi. Dat is zo’n verademing. Dat is echt vakantie voor ons Nederlanders. Wat is het daar prachtig, zo’n rust, even niks. De planning was een week, maar daar is helaas niets van gekomen. En dan, van daar uit weer terug naar Lilongwe, de hoofdstad. Nog een paar afspraken daar en dan beginnen we donderdag aan de vlucht naar huis.

We hebben een hele fijne tijd gehad in Malawi. We hebben weer veel vooruitgang geboekt en daar zijn we heel dankbaar voor en voelen ons erg gezegend. We zullen onze vrienden hier heel erg missen (en zij ons, daar zijn we van overtuigd). Ook zijn we blij dat we jullie op deze manier een beetje kunnen hebben laten zien wat we hier zoal doen en hoe nodig het is dat we dit doen. De mensen hebben het echt heel erg arm.

 

De regering doet hier weinig voor hen, daarom helpen we hen om zelf op te staan en het heft in eigen hand te gaan nemen. Op de en of andere manier hebben ze niet die mogelijkheid om dat zelf te doen. Wat ik gemerkt heb is dat ze erg behoefte hebben aan onderricht en ervaring van anderen. Hun denkwijze voor wat betreft ontwikkeling moet worden veranderd. Hopelijk kunnen wij daar iets aan bijdragen.

IMG-20180120-WA0003 IMG-20180103-WA0004 20180119_165059 20180119_151117_001 20180118_171427 20180115_144949 20180110_155712 20180110_140109

Reisverslag 5 “Twee groepen hebben een koe gekregen”

IMG-20180112-WA0014 Lief zijn voor je koe Maandag hebben we wat boodschappen gedaan. Hier in Mzuzu heb je een grote supermarkt. Het heet “Shoprite”. Het lijkt een beetje op zo’n supermarkt in Frankrijk, waar je van alles kunt halen. Het komt uit Zuid-Afrika. Voor Malawi is dat natuurlijk heel bijzonder. Je denkt nu natuurlijk, hoe kan dat nu? Ze zijn toch arm? Maar ook hier in Malawi zijn daarin grote verschillen. Wíj werken natuurlijk veelal in de kleine dorpjes in de binnenlanden en achteraf. Die mensen zijn vaak nog nooit in een stad geweest. Kleine kinderen hebben nog nooit een blanke gezien en beginnen heel vaak te huilen als ze ons zien. Lang niet iedereen kan naar zo’n supermarkt gaan. Zelf hou ik ook veel meer van de gewone markt. Daar is het een heerlijke drukte van belang.

Ik ben dan ook met Brenda naar de markt geweest om een lap stof te kopen. De lappen zijn hier 4 of 6 meter lang. Voor 6 meter betaal je 9.000 Kwacha (nog geen 10 euro). Daarna zijn we naar de kleermaker gegaan en heb ik een Afrikaanse jurk laten maken. Dat had ik mij thuis al voorgenomen. Het leek me zo geweldig.

Er zijn in Chilida een aantal nieuwe groepen gevormd. We kunnen ze lang niet allemaal bezoeken. Het zijn er teveel. Op zich natuurlijk heel geweldig. We hebben er op dinsdag in één dag 10 verschillende bezocht. Het was heel ver rijden via een hobbelweg. De mensen zijn erg blij dat ze ons kunnen ontmoeten. Ze zijn dan meestal als groep al bij elkaar gekomen en staan ons al op te wachten. Wel is er ook veel mais aangetast door de “worm”, een rups die de mais aanvreet en heel veel eitjes erin legt. We geven ze daar chemicaliën voor om het te bestrijden. Ze zijn zo trots op hun eigen akker. Ze gaan er middenin staan en wachten tot Bo langskomt. Ook willen ze graag op de foto. Ze lachen als ze zichzelf dan terugzien.

Het is bijzonder om te zien wat een verschil het maakt wanneer ze planten. Dat is natuurlijk altijd zo, maar in Nederland heb ik daar niet zoveel aandacht voor en nu zie ik het pas. Ik steek er zelf ook nog wat van op, haha.

Lucie Lwondwe 120180105_130925IMG-20180103-WA0004

Ik vind de natuur hier geweldig, zo oer, zo ruw en wild. Zoveel bomen, heel veel verschillende, prachtig! Dat missen wij toch in ons vlakke landje. Hier is langs de wegen alles begroeid terwijl bij ons alles wordt weggehaald. Bomen vol (rijpe) mango’s. Ze worden heel veel geplukt en gegeten.In Malawi heerst cholera. Dat wisten we pas toen we hier in Mzuzu aankwamen. Het stond op de voorpagina van de krant. 1.6 miljoen mensen hebben het. De oorzaak is stilstaand water en omdat er geen riolering is en geen goede hygiëne. Vooral in het noorden in Karonga, waar veel vis wordt gevangen is het erg. We komen daar wel langs als we morgen naar het noorden gaan, maar zullen er niet stoppen. Verder is het nu echt noodzaak dat we alles goed schoonmaken voordat we gaan eten. Dat deden we al wel, alle servies, glazen en bestek eerst ontsmetten met Dettol doekjes. En na het handen schudden natuurlijk handgel gebruiken. We letten nu extra goed op. Toch ontkom je er niet aan. Veel water drinken en soms medicijnen bv tegen buikloop kunnen wel helpen maar je energie daalt heel snel. Dan moeten we gedwongen een rustdag inbouwen.Woensdag, gisteren, zijn we naar Chikwina geweest. Dat is heel hoog in de bergen. Je kunt er alleen komen via een hele slechte steile zandweg, vooral als het regent is het gevaarlijk. En regenen, nou, dat deed het! Vreselijk. Dan wordt de weg een en al blubber en gaat de auto glijden. De weg heeft allerlei kronkels en naast de weg gaat het steil naar beneden, alles zonder vangrail. Griezelig dus. De chauffeur is een aantal keren de auto uit geweest om eerst te kijken hoe hij het kon doen. Brenda en ik zaten soms met de ogen dicht achterin. Niet dat dat hielp hoor.

In Chikwina hebben twee groepen een koe gekregen. Mensen in Nederland kunnen een certificaat kopen om een koe te geven. Een certificaat kost 250 euro. We hebben al zeven certificaten verkocht.

Zodra we een koe hebben gegeven hebben de mensen mest voor op het land. De melk wordt dagelijks verdeeld onder de deelnemers. We geven de koe nadat helder is wie verantwoordelijk is en wie de koe verzorgt. Bo vertelt ze ook dat ze lief voor de koe moeten zijn, er tegen moeten praten en de koe moeten aaien. Hij liet twee vrouwen naar voren komen en die mochten het voor doen. Wat had iedereen daar een lol om. De een ging op de knieën en was een koe en de ander ging haar aaien. De vrouwen namen het erg serieus en gingen zelfs loeien. De eerste koe is nu gearriveerd. Ze draagt de naam Lucie Lwondwe 1.

Reisverslag 4 “Kinderen roepen: Bo, Bo! Het woordje Bo betekent goed”

Als we Rodney, onze directeur, ophalen om met ons mee te gaan de akkers te bezoeken, moeten we van de asfaltweg af, een zandweg op. Hij woont in Chenjewazi. Dan komen we ook langs de huisjes waar de mensen wonen. Ze leven hier buiten, dus er lopen altijd moeders en vaders en kinderen. Als ze onze auto zien komen ze er hard aan rennen en beginnen te juichen en te roepen: Bo, Bo! Het woordje Bo kennen ze ook uit hun eigen taal, dat betekent “goed”. Dus dat is makkelijk te onthouden. Soms stoppen we even om wat uit te delen. Maar dat kan nooit lang, want dan heb je zomaar 30 kinderen om de auto staan. De weg heeft zoveel kuilen en gaten en als het geregend heeft moeten we echt door heel diepe plassen waarvan je van tevoren niet weet of de auto dat zal redden. We hebben wel een 4 wheel drive, maar toch.. Na heel veel gehobbel en heen en weer geslinger komen we dan op de plek aan. Daar staat ook de kerk die door de groep jongeren uit Wezep is gebouwd in 2014.

De volgende dag is Bo opnieuw met Mwiza en Rodney naar Kauyemba gegaan. Toen ze daar aankwamen, waren ze al klaar met het wieden. Wat waren ze daar druk mee geweest. Maar ze wilden klaar zijn als hij kwam. Zo zien we dan ook dat het heel belangrijk is voor hen dat ze worden aangemoedigd om hun werk te doen. Aan iedereen werd zoals beloofd drinken uitgedeeld. Er zouden 21 mensen komen, maar er waren 50 mensen. Gelukkig hadden we daar al rekening mee gehouden. Het was een klein feestje.

Daarna hebben we een nieuwe groep bezocht en zijn we later naar Chisempheri gegaan. Dat is de home-village van Rodney. Wat was Bo verrast toen hij zag hoe geweldig het daar eruit zag! Deze groep van 84 deelnemers heeft alles precies gedaan zoals van hen werd verwacht. Zo hoort het te zijn! Dat is een echte opsteker! Ook voor ons, want nu weten we ook dat ze het echt zelf kunnen. Ze hadden mest gebruikt en sommigen zelfs verrijkte compost. Voor verrijkte compost wordt een strosnijder gebruikt om het groen in kleine stukken te snijden, anders moeten ze dat met een hakmes doen. De strosnijders laten wij verschepen naar Malawi. Op dit moment zijn er al zes in gebruik en we hebben er nog 8 staan om verscheept te worden. Jan van Werven doet heel erg zijn best om ze voor ons te vinden. Daar zijn we heel erg blij mee.

Donderdags heb ik Sylvia, de vrouw van de dominee (Dave) in Chitunda weer bezocht. Ze had gevraagd of ik wilde komen om haar huis te zien. De dominee had een vergadering in de kerk, maar hij kwam mij toch even verwelkomen. Het zijn twee jonge mensen. Een heel fijn gezinnetje. Ze zijn nog maar een jaar in Chitunda, dus ik had hen nog niet eerder ontmoet. De dominee heeft me gevraagd of wij hen niet kunnen helpen met de binnenkant van de kerk. Zij hebben erg last gehad van termieten en de balken moeten worden vervangen. Ook de vloer heeft grote gaten in het cement. Ze hebben hiervoor te dun cement gebruikt. Dat is hier echt een kwaal. Ze hebben nooit veel geld en dus gebruiken ze goedkoop of te weinig materiaal om iets goed te doen. Op zo’n moment ben ik altijd heel voorzichtig en zeg maar dat ik het met Bo zal overleggen, omdat het ik niet weet of wij zoiets kunnen beloven.

Bo had ’s middags een bijeenkomst met het hoofdcomité  in Chitunda. Er had een wisseling plaatsgevonden dus het was goed om te zien wie er nu zitting hebben in het hoofdcomité. Dit zijn afgevaardigden van de dorpscomités. Alles is hiërarchisch opgebouwd, dat sluit aan bij de tradities die hier gelden.

Vrijdags zouden we vertrekken naar Mzuzu. Bo moest contant afrekenen in het hotel omdat het pin-apparaat het niet deed. Dat is dan hilarisch, want ook hier geldt een limiet aan wat je kunt opnemen op een dag. Maar met verschillende pasjes is het gelukt en had hij een stapel geld gepind van wel 10 cm hoog! 1000 Kwacha is ongeveer 1 euro.

De reis naar Mzuzu verliep prima en we hebben er precies 4 uur over gedaan. We stoppen altijd onderweg bij een groentemarkt om daar groente en fruit te kopen voor Mwiza, de chauffeur.

Mzuzu is de plaats waar hij woont, dus hij komt dan met lekker veel groente thuis. Ook hebben we onderweg nog paddenstoelen gekocht, die men verkoopt langs de kant van de weg. Een hele schaal vol voor twee euro!

 

Het is heerlijk om even een rustmoment te hebben tot maandag. Hier in dit hotel kennen ze Bo allemaal, en zijn ze altijd zeer verrast dat hij er weer is. Hotel Chatonda is ontzettend uitgebreid sinds dat wij er komen. Het zijn hardwerkende mensen, die een goede investering hebben gedaan. We zouden nog in een guesthouse gaan wonen, maar bij nader inzien doen we dat toch maar niet. We moeten heel veel reizen deze dagen en willen dan fit zijn om dit te kunnen doen. De bedden zijn hier goed en het eten ook. In het guesthouse zouden we alle boodschappen moeten doen en zelf eten (laten) koken. Ik zie mijzelf hier niet naar de slager gaan, die alle vlees buiten heeft hangen en daar dan lukraak stukken afhakt. Brrr.

Zaterdag hebben we met Mwiza wel allerlei andere boodschappen gedaan in Mzuzu. In echte Afrikaanse winkeltjes, zo leuk. Ze zien er aan de buitenkant niet uit en als je binnenkomt hangt en staat het helemaal vol met spullen, heel hoog opgestapeld. Je snapt niet dat ze nog iets kunnen vinden. Papieren zakdoekjes koop je hier per pakje, niet per 6 of 10.

Zondags zijn we naar de kerk in Mzuzu geweest. Deze begon al om 8 uur. Het is altijd heerlijk om daar een dienst bij te wonen. Er wordt veel gezongen, geklapt. Er zijn altijd een paar koren aanwezig. Wij moeten daar ook altijd naar voren komen; dat geldt voor alle “vreemde” bezoekers. Ze doen dan even een voorstelrondje: waar kom je vandaan, wie ben je en wat kom je hier doen.

’s Middags kregen we bezoek van Timothy en Brenda Nyasulu, Brenda is de directeur van dit district. Ook Mussa was met hen meegekomen. Mussa noemen we de Mr President, omdat hij heel veel praat en ook heel veel weet. ’s Avonds kwam Mwiza met James en zijn twee zoontjes Happy en Mercy. James zal onze chauffeur zijn voor de komende drie weken. Van Mwiza hebben we nu dus afscheid genomen

 

De kinderen gaan hier ook deze week weer naar school. Sommige gaan dan al op zondag weg en blijven daar de hele week. Dat hangt er vanaf hoe oud ze zijn. Als ze naar school willen, moeten de ouders zorgen voor een uniform en vaak ook schoenen. Dat is niet voor iedereen weggelegd. Veel kinderen lopen hier op blote voeten, maar dat is best gevaarlijk want in het struikgewas kom je van alles tegen. We hebben al een slang gezien en twee keer een kameleon. Hagedissen zitten overal. Niet dat die gevaarlijk zijn (die slang wel natuurlijk) maar toch..

Alle kinderen kennen het volkslied. We vragen hen wel eens of ze het willen zingen voor ons. Dat doen ze dan uit volle borst met de hand op hun hart.

 

 

 

Reisverslag 3 “Daken vlogen van de huizen”

Reisverslag 3 Malawi Januari 2018

Maandagmorgen zijn we naar Chenjewazi gegaan om Rodney en Alice te bezoeken. Vrienden van het eerste uur. We hebben bij hen thee gedronken en heerlijk bijgepraat. Voor mij was het anderhalf jaar geleden dat ik ze had gezien. Dat is toch een hele tijd!

Als we ergens naar toe gaan, gaan we dus met de chauffeur. Elke morgen spreekt Bo een tijd met hem af, wanneer hij hier moet zijn om ons op te halen. Hij komt altijd stipt op tijd; maar dat is wel eens anders geweest. Inmiddels weet hij het. Het is een geweldig lieve man, we lachen wat af met zijn drieën. Hij weet nu dat hij een “zwarte” is, dat vertelt hij aan iedereen; en lachen dat ze dan doen! Ze gebruiken hier geen vervelende opmerkingen of  hebben het hier niet over de ander; ieder heeft genoeg aan zichzelf. Als we vragen: hoe is het met…..; dan is het altijd: met ….. is het goed.

’s Middags gingen we bij de dominee op bezoek. Dat was erg leuk. We hebben echt een klik met hen. Ik had wat cadeautjes meegenomen, kleding, sieraden en knuffels en pennen. Ook onderweg delen we vaak wat uit. Daar zijn ze zo blij mee. We hebben geen idee hoe arm ze zijn. Zelfs ik moet er nog aan wennen. Als we bijvoorbeeld iemand 1000 kwacha geven omdat hij zo zijn best heeft gedaan, danst hij bijna van vreugde. Dat is slechts 1 euro.

Het hotel hier in Kasungu is een redelijk hotel. Het ziet er mooi uit alles wordt keurig onderhouden buiten. De tuin en het zwembad geven een luxe uitstraling. Maar de badkamer is zo vies, zoveel schimmel, dat je bang bent om iets aan te raken. Ook het eten is hier zeer beperkt. We eten elke morgen twee sneetjes geroosterd brood met roerei. Tussen de middag een banaan en/of een Sultana en s avonds rijst met een omelet. Heel veel eieren dus. Gelukkig hebben tabletjes voor onze cholestorol! Natuurlijk kun je wel kip of beef krijgen, maar onze darmen zijn al overstuur, dus daar wagen we ons niet aan. We drinken veel water, al is dat lang niet genoeg denk ik. Er zijn veel vliegen en muggen. Het is het regenseizoen.

De eerste werkdag hier zijn we naar Kauyemba geweest. Het was ontzettend warm geen enkele boom of struik waar je kon schuilen tegen de zon. Maar de akkers zagen er goed uit. De mensen waren blij dat Bo tevreden was over hun werk. Wel moest er nodig gewied worden. “Not green but clean”, zegt Bo dan. Het plan was, dat ze dat de volgende dag zouden gaan doen. Ja, dat is altijd zo. Dus Bo zei, dan kom ik morgen terug en kom kijken als jullie aan het werk zijn. En als jullie klaar zijn brengen we Cola en Fanta mee! Oh, dan juichen ze met die mooie hoge geluidjes die de vrouwen maken.

Tussen de middag had Alice een lunch voor ons, heerlijk! De rijst van haar is zoveel lekkerder, net als de omelet, zij doet er iets speciaals mee, ze vult het met kip lijkt het wel. Bij haar durven we het wel te eten. Zij weet wat waar ze op moet letten, dat het goed gekookt is.

Toen zijn we naar Jati gegaan. Eerst kwamen we bij het ziekenhuis dat daar gebouwd wordt. Zij hebben steun gehad van Van Werven Oldebroek. Het was al mooi opgeschoten.

Daarna de akkers bezocht. Ook daar moet nog veel gewied worden. Het is grappig, maar als we bij de akker zijn, komen er vaak net wat mensen aan om te gaan werken. (Toevallig he). Als we er iets van zeggen lachen ze. We hebben daar ook een meeting gehad met alle werkers. Jati was vorig jaar de beste van alle plaatsen die Bo had bezocht. Hij had hun toen ook 50.000 Kwacha beloofd daarvoor. Dat hebben we afgehandeld. Wat waren ze blij! Zingend en dansend liepen ze met ons mee terug naar de auto toen we gingen.

Op de terugweg naar het hotel zagen we al dat het weer omsloeg. En al heel snel ging het van 36 graden terug naar 21 graden. En een regen!! We konden niets meer zien. Daken vlogen van de huizen, De ijzeren golfplaten vlogen over de weg! Onweer en zo hard waaien, het leek wel een wervelwind. Wat erg, die verwoesting van de huisjes. Ze zijn al zo ontzettend arm! Geen dak meer boven je hoofd, het is niet voor te stellen!

Reisverslag 2 “Deze mensen hebben het het hardst nodig”

Reisverslag 2. Malawi Januari 2018

Hier in Malawi vieren ze maar één dag kerst. Hier in de grote stad zie je dat er meer mensen zijn die wat meer te besteden hebben. Om dit te vieren boeken ze een nachtje in het hotel samen met familie of ouders of gaan tussen de middag met hen uit eten in een restaurant.

Bo is naar de kerk geweest in Limbe, waar “abusa” (dominee) Kadawati preekte. Zijn vrouw, Lucie Kadawati is onze directeur hier in het zuiden. Ik voelde me niet erg lekker, heb waarschijnlijk toch  iets van de griepgolf die bij jullie waait meegenomen naar Malawi denk ik. Hier in Blantyre gaat het net als de vorige dagen, veel akkers bezoeken. Dit is het gebied waar Timoteos werkzaam is. Het betekent lange dagen maken, veel, héél veel mensen ontmoeten, luisteren, uitleggen, lopen over ongelijke grond, heel vermoeiend vanwege de hitte, dan weer een stukje rijden, en dan weer herhaling, de hele dag door. Het kost ontzettend veel energie.

Soms is er een groep die echt op ons zit te wachten, meestal verzameld in of rondom de kerk. Als ze ons dan zien, dan zingen en dansen ze dat het een lieve lust is. Ze zijn zo blij dat we er (weer) zijn. Ik vroeg laatst aan Bo waarom kies je de groepen toch zo ver weg van de asfaltweg, waarom helemaal in de rimboe? Tja, zei hij, dat zou wel heel makkelijk zijn he. Maar deze mensen hebben het het hardst nodig om geholpen te worden. Kijk wat het met hen doet. Hoe blij ze zijn met wat we doen.    …..Ik kan nog veel van hem leren…..

We zitten nog steeds in het hotel in Blantyre. We hebben al twee extra nachten bijgeboekt. Vanwege de regen was het niet mogelijk het gebied in Mayakha te bezoeken. De auto zou dan vast blijven steken in de modder. Dus heeft Bo het een dag uitgesteld. Niet dat het veel beter was nu. Hele diepe plassen, heel veel modder. Zoveel dat de mensen daar hem aanboden om hem op de rug te nemen over het water heen. Bo sloeg het aanbod resoluut af. Nou, dat zouden ze hebben geweten!

Vanuit Blantyre zijn we vertrokken naar Kasungu. Het was een lange rit. Maar gelukkig heb je dan wel constant een asfaltweg. De dag daarna hebben we even een rustdagje ingepland. Maar natuurlijk wilden we wel van de gelegenheid gebruik maken om hier iets te zien. Dus zijn we naar het Kasungu National Park gegaan. Dat ligt zo’n 60 kilometer hiervandaan, over zandwegen met flinke gaten en kuilen. Iedereen zwaait als ze ons zien, het is natuurlijk ook bijzonder twee witte mensen.

Toen we in het park aankwamen hadden we nog maar net de auto geparkeerd of er kwam al iemand naar ons toe die ons vertelde dat er een olifant heel dichtbij stond. We gingen met hem mee en ja… daar stond een hele grote olifant in de tuin bij het huis van een van de parkbeheerders. Hij stond lekker in de schaduw van de boom en leek heel tevreden. Toch was het oppassen en mochten we niet hardop praten. We hebben wel een half uur op de richel (een soort opstapje, voor een olifant lastig om te nemen) voor het huisje gestaan om te kijken. De man zei dat als de olifant zou gaan lopen, we zijn huis in moesten gaan. Hij had de deur open gelaten. Het was best spannend.

De zondag gingen we naar de kerk in Chitunda. Chitunda is de plaats waar we in 2012 zijn gestart met het project. We hebben een speciaal gevoel als we daar zijn. We worden altijd heel hartelijk ontvangen en kennen er veel mensen. We hebben kinderen zien opgroeien. Het was heel fijn iedereen weer te zien. Bijzonder was dat zij deze zondag, de laatste zondag van het jaar, avondmaal vierden. Wat mooi dat we dit met hen samen mochten vieren! Wonderlijk hoe God sommige dingen stuurt. Vlak voordat we gingen avondmaal met onze gemeente in Oosterwolde en nu hier in Malawi. Verbonden met elkaar. We hebben vijf uur in de kerk gezeten. Dat is nog eens een verschil met Nederland! Toen wij even wat mochten zeggen hebben we het kruis dat Benjamin Klompmaker had gemaakt aan hen gegeven. Wat vonden ze het prachtig hoeveel jij voor Malawi doet Benjamin! Ik heb hun verteld van jouw flessenactie en jouw kerstmarkt! Het kruis hangt inmiddels in de kerk, boven de uitgang, zodat de dominee het kan zien als hij preekt!

 

Reisverslag 1 “Wij worden hier zo rijk van”

Reisverslag 1 Malawi Januari 2018

Na een lange maar goede reis zijn we in Malawi aangekomen. De reis is spoedig verlopen. De mensen zijn blij ons weer te zien.

We hebben eerst een dagje rust genomen na de reis. ’s Middags moest Bo naar het registratiekantoor van de overheid. Hij dacht dat ze nog iets van hem moesten weten, maar tot zijn verbazing kreeg hij het certificaat mee! We staan nu in Malawi geregistreerd als organisatie die daar werkzaam is. Dat is heel belangrijk voor ons. Nu zijn we een volwaardige, door de overheid erkende organisatie.

De dag daarop zijn we aan het werk gegaan en hebben we de akkers in Lilongwe en Salima bezocht. Deze akkers zijn van de Teresian Sisters en zij doen goed werk. Zij delen veel mais uit aan de arme mensen hier. Zuster Colleta is een van onze directeuren en heeft er de leiding. Toen de zuster ons de dag ervoor bezocht, gaf ze aan dat er heel veel mensen zijn die mee willen doen. Bo vroeg haar om hoeveel mensen het ging. Zij noemde steeds het getal 177. Dus dacht Bo 177 mensen, maar het bleken 177 groepen (van 7 mensen!) te zijn, dus 1239 mensen! Inmiddels had Bo haar gezegd dat ze die mensen dan maar moest laten komen, dan zouden we hen uitleggen wat het systeem is en dan kijken wat we voor hun kunnen doen en hoeveel er dan nog mee willen doen. Dus u kunt zich voorstellen wat een schok het was dat er zoveel mensen op ons zaten te wachten. Het bleek dat zij allen hun land al hadden bewerkt op onze manier en na doorvragen bleek dat ze ook al hadden gezaaid.  Aangezien ze wel een probleem hebben van rupsen (The Army-worm) hebben we hun wel een bestrijdingsmiddel beloofd en hebben ze waarschijnlijk wel kunstmest nodig.

Maar hoe kunnen we ineens 1239 mensen extra helpen? Dat was een lastige vraag. Tot onze verbazing zagen we ’s avonds terug in ons hotel dat er verscheidene giften uit Nederland binnen waren gekomen. Dan worden we stil. God zorgt voor ons. Wat fijn om te beseffen. De volgende dag gingen we naar Mlale. Ook weer een groep van de Teresian Sisters. Alles herhaalde zich: Heel vroeg eruit, in de auto voor een paar uur, dan in de brandende zon naar de akker lopen, de mais bekijken, opmerken wat goed gaat en laten zien wat niet goed is en het systeem nog maar weer eens uitleggen. Dan weer naar de volgende akker. Soms even naar een markt om een paar zakken rijst of sojabonen te kopen om uit te delen daar, want ze hebben echt niets. Ze zijn zo blij als je aandacht voor ze hebt. Ze willen zo graag meedoen dat ze alles wel willen doen. Bo kan daar goed mee overweg, ik voel soms schaamte, omdat ze het zo arm hebben en wij zo goed. Hoe kan het toch?

Toen we uit Lilongwe vertrokken naar Blantyre moesten we onderweg ook nog wat plekken bezoeken. Zo stopten we bij Bembeke en bij Zalewa. Toen we daar het land gingen bezoeken kwamen we langs een kerk, van riet gemaakt, midden in de bush. De grote gaten zaten in het dak, vreselijk. Zij lachen erom en wij lachen mee, maar ons hart huilt, want dan besef je: het is wel een godshuis, dit kan toch niet waar zijn. Maar ik besef ook dat God zeker geniet van de blijheid en vrolijkheid die hier heerst als ze Hem aanbidden in deze kerk. Want dat is hier zo geweldig. Je geloof wordt zo verrijkt door hen. Om zo dicht bij God te leven als zij doen: te benijden!

De dag voor kerst hadden we een rustdag, even niet weg. We willen niet gestoord worden en hangen een bordje aan de deur van “niet storen”. Bo gaat even roken en stapt de kamer uit. Hij ziet op de gang een schoonmaakster bezig in de kamer tegenover ons en denkt: ik vraag haar even om flesjes water. Als zij zich om draait en hem ziet zegt ze: Oh, herkent u me nog? Hij zegt: jazeker, jij bent Ruth. Ze vindt het prachtig en Bo laat haar de flesjes binnen brengen. Dan ziet ze mij op het bed zitten  en is heel verbaasd. Madam? Ja, zegt Bo, dat is mijn vrouw. Ze begint te dansen, rondjes draaien en te zingen: I am so happy,  I am so happy. Ik wilde u al zo graag ontmoeten. Ik heb u nog nooit gezien, de vorige keer was hij alleen. Hoe gaat het met u? Ze geeft me een dikke knuffel. Ze wil met ons op de foto. Ik vraag haar of ze ook kinderen heeft. Ja 3, van 11, 9 en 4. Dan zeggen we gedag en gaat ze weer aan het werk.

Maar ik kijk gauw in mijn tas en haal er een aantal cadeautjes uit en ik roep haar. Ze valt op haar knieën en zegt: oh wat geweldig, kerstcadeautjes. Dan vertelt ze me dat ze dit jaar geen cadeautjes had voor haar kinderen vanwege het overlijden van haar vader. En dat vond ze zo erg. En nu heeft ze toch iets gekregen om hen te geven. Dank je wel dat jullie denken aan de arme mensen, zegt ze. En we zeggen tegen elkaar: dat is nu het werk van onze God en geven elkaar een high-five.

Het is geweldig om zo met mensen te kunnen delen. Wij worden hier zo rijk van. Om stil van te worden.

 

Zuid-Amerikaanse legerworm bedreigd Afrikaanse maisoogst 2017!

De maisoogst in Afrika wordt bedreigd door de legerworm. Als legers rukken ze op, ze banen zich nietsontziend een weg door de maïs en eten alles kaal.

Een officiële Nederlandse naam is er nog niet deze rups, omdat het hier niet voorkomt. In het Engels heet de rups american armyworm of fall armyworm. De Latijnse vlindernaam is Spodoptera frugiperda.

864x486

De worm is afkomstig uit Zuid-Amerika en is waarschijnlijk via graantransporten in Afrika terechtgekomen. De rups vreet maïsvelden en andere gewassen helemaal kaal. Volgens CABI, een kennisorganisatie op het gebied van landbouw en milieu, zijn er al duizenden hectare landbouwgrond in Afrika aangetast.

Van onze contactpersoon uit Malawi ontvingen wij het volgende bericht over de plaatsen waar wij actief zijn:

” Yes. Some of the fields are attacked by this pest called False army worm. New revelations coming in are that there are 2 species in the field. Fall and false armyworms. We as an institution, have sent specimens to CABI in London for taxonomic identification. The last time I visited Salima I saw them in our fields and advised them to either buy cypermethrin and spray or try to get some chemicals from the government agricultural office since the government was distributing some to the the affected farmers. Mr kwazizila from Salina called me saying they managed to control the armyworms”.

Het eerste gevaar lijkt geweken. Maar ondanks deze adequate eerste aanpak blijft het een zorgelijke ontwikkeling; ook voor de toekomst.

Strosnijders voor Malawi

Strosnijder

Jaap overhandigt Bo symbolisch de tweede strosnijder onder toezien van Bertus.


In een bijzondere samenwerking tussen verschillende partijen worden mensen in Nederland en in Malawi zinvol met elkaar verbonden.

Stichting Charity leert boeren in Malawi hoe ze op een veel betere en duurzame manier hun dagelijks eten kunnen verbouwen. Een zeer belangrijk element daarin is het gebruik van verrijkte compost. Afgelopen seizoen hebben er 1.100 boeren meegedaan. De voorbereidingen voor het komende seizoen, met 2.100 boeren, zijn in volle gang. De compost wordt gemaakt van plantenresten van het vorige seizoen en de speciale crotolaria planten die men hiervoor verbouwt. Alle werkzaamheden worden met de hand gedaan. Gewoon met een kapmes alles in stukjes van 10cm slaan. Om op die manier meer dan 300 ton verrijkte compost te krijgen is een heel karwei. Een afvalverkleiner die ook nog eens van invoerrollen is voorzien is een geweldige oplossing. In Nederland gebruikten boeren daarvoor een strosnijder. Op de website www.helpmalawi.nu vindt u alle informatie.

Stichting Je Maintiendrai ziet het als haar missie om perspectiefvolle zorg te verlenen aan jongvolwassen NAH-cliënten en eenzame en/of dementerende ouderen (en hun partners) in Oldebroek en omgeving.
Hierdoor kunnen zij, met begeleiding, blijven participeren in de samenleving van de lokale gemeenschap.

Begin dit jaar is de eerste strosnijder in Malawi aangekomen en in gebruik genomen. Mensen in Malawi ervaren dat als een Mapata. Een enorme vooruitgang. Maar omdat er in diverse districten wordt gewerkt en het project zich snel uitbreid zijn er meer strosnijders nodig. Bertus Visch is cliënt bij Je Maintiendrai en heeft nu een tweede strosnijder helemaal geschilderd. Het voorwerk is gedaan door Jaap van der Meulen en Jacco van’t Hul, beide werkzaam bij Van Werven Oldebroek.
Het straalwerk is uitgevoerd door A van Loo. Afgelopen week is deze tweede strosnijder overgedragen Bo Teerling, voorzitter van Stichting Charity. In Nederland wordt het deelproject materialen gecoördineerd en aangestuurd door Jan van Werven, oprichter van www.jemaintiendrai.net

In de komende maanden zullen er nog een aantal strosnijders op dezelfde manier weer voor gebruik gereed worden gemaakt. De doelstelling van dit project is dat er vijf strosnijders naar Malawi worden verscheept. Om de compost die klaar is goed te kunnen zeven zoeken we nog ouderwetse met de hand aangedreven aardappel sorteerders. Sorteerders die tot de jaren zestig bij veel Nederlandse boeren werden gebruikt.

Samenwerking Teresian Sisters

Eind maart hebben we een email ontvangen van de Teresian Sisters In Lilongwe. Zuster Colleta beschreef de situatie in Salima. Salima ligt dicht bij Lake Malawi. Daar hebben de RK-zusters 54 HA vruchtbaar bouwland. Ze doen er niets mee omdat ze geen geld hebben om zaaizaden te kopen. Wij helpen hen nu met het verbouwen van 5 HA mais. Dat zijn 77 akkers. Wij leren hen hoe ze op een goede manier mais kunnen verbouwen. In de mail schrijft Colleta dat de oogst voor de boeren in en rondom Salima helemaal is mislukt. In 2006 stierven er 100.000 omdat er geen eten was. Deze misoogst doet het ergste vermoeden. Het betekent honger aan het eind van dit jaar. Daar schrok ik flink van. Tot mijn grote opluchting schreef ze verderop in de mail dat onze akkers die op onze manier waren geplant en bewerkt wél een goede oogst voorspellen. Wij gebruiken een methode die is gebaseerd op een oud Afrikaans systeem dat Farming Gods Way wordt genoemd. Dat systeem hebben we aangepast met kennis uit Nederland. We gebruiken héél veel compost. Compost houdt water vast. We leren de mensen op tijd te planten en op tijd te wieden en te planten met rechte rijen op vlak land. De compost doen we in gaten van 30 x 30 cm en 30 cm diep. Dus eigenlijk potplantbemesting en geen bemesting van het hele land. Het is een goed werkend systeem waarmee de gevolgen van gronderosie wordt ontlopen.

De mensen in Malawi en wij zijn ontzettend blij en dankbaar deze verbazingwekkende berichten te mogen ontvangen. In haar mail vraagt Colleta ook of we willen bidden dat er geen rovers komen die de maiskolven gaan stelen nu ze nog op het land staan. In Salima worden de akkers nu 24 uur per dag bewaakt. Om het grote gevaar van diefstal te voorkomen vraagt ze om voedsel voor de mensen rondom Salima. Wanneer mensen wel iets te eten hebben is het gevaar van diefstal veel kleiner.

Vorig jaar hadden we 50 akkers. Dit jaar staan er 644 akkers, bijna gereed om te worden geoogst. Eind dit jaar willen we graag 1.400 akkers planten. Van de opbrengst van 1 akker kan 1 gezin een heel jaar eten. Als dát gaat lukken betekent het een jaar lang eten voor 10.000 mensen. We hopen van harte dat dit mag gaan lukken.

We willen u vragen met ons mee te bidden en mee te doen een klein stukje van de grote ellende die het land te wachten staat te verzachten.
Ons bankrekeningnummer is NL29 RABO 0118 3557 32 onder vermelding van FFF Salima.

Uw giften zijn fiscaal aftrekbaar. Dank u wel.

www.stichtingcharity.nl
Namens deze;
Bo Teerling, voorzitter.