Dag 8 in Malawi

 

 
Dag 8

Bo had doorgekregen dat we naar het veld in Chamakala zouden gaan kijken. Maar toen we daar aankwamen was er geen mens te bekennen. Wat nu? We hebben even gewacht en toen kwam er een vrouw aan. Maar ze zei dat er niets was afgesproken bij hun. Ik heb haar maar een armbandje geven (dankjewel Jolande voor de sieraden!). Later bleek dat de afspraak in Bowe was geweest. Die mensen hebben dus voor niks zitten wachten op ons. (Dat is nu Malawi). We hebben beloofd dat ze allemaal een flesje drinken voor de moeite zullen krijgen.

 

Toen gingen we naar Rodney en Alice. Alice had weer een lekkere lunch voor ons klaargemaakt. Dat is voor elk een omelet en rijst. Samen met een flinke mok thee (bijna net zo zwart als zwarte koffie!). Toch genieten we er heerlijk van. Bo ging pennen uitdelen aan de schoolkinderen in Chenjewazi. ( dank je wel Jaap en Corien voor de pennen!) Nou dat heeft hij geweten. Ze liepen hem bijna omver, hij is echt wel heel sterk maar toch drukten ze  hem bijna plat tegen de auto, meer dan honderd kinderen. Er was geen houden aan. Toen gooide hij een handvol pennen ver weg. Daar rende iedereen achteraan en Bo was gelukkig weer vrij. En we hebben tekeningen en kleurboekjes gegeven aan de meester van groep 4 (dank je wel Maurits van de Weg!) Dat vonden ze heel erg leuk.

 

Ook kwamen er nog een paar bezoekers bij hen langs die ons wilden groeten. Meestal verwachten ze dan dat je ook wat geeft; dat doe ik dan ook wel: een stukje zeep vinden ze al heel geweldig, of een armbandje. Daarna hebben we nog foto’s gemaakt samen met de kinderen van Rodney en Alice. Vervolgens gingen we naar de (nieuwe) dominee van Chitunda: ds. Happy Chisenga. Hij doet zijn naam eer aan, Bo noemt hem ds. Happy Face (Blij gezicht).  Het zijn fijne, gedreven jonge mensen. We hopen dat zij een tijdje in Chitunda kunnen blijven. We hebben er al een aantal zien komen en gaan.

 

Daarna begon de reis naar Mzuzu. Dat is altijd een belangrijk punt in onze reis. Dan verlaten we het midden van Malawi en gaan we naar het noorden. Daar is het minder warm, meestal wel regen, omdat er meer bergen zijn is het er vochtiger en mistig. In Mzuzu voelen we is gewoon thuis. Onderweg stoppen we meestal bij de groentemarkt in Jenda, om groenten te kopen voor onze chauffeur. Ik herinner me dat ik dat ook al in de verslagen van vorig jaar heb vermeld. Maar zoals je begrijpt vallen we met heel veel dingen die we doen soms in herhaling. Bij aankomst in Mzuzu hoorden we een raar geluid aan de auto. We konden het eerst niet goed thuisbrengen. Maar het bleek dat we een lekke band hadden. Mwiza reed door tot het benzine station, gelukkig heel dichtbij, en toen zagen we het. Het zag er niet best uit. Wat te doen? Gelukkig stond Madalitso, de man die ons tijdens de vorige reis van Bo en mij ook had geholpen heel dichtbij ons op de taxi standplaats. We hebben de nodige spullen gepakt en hij heeft ons naar het hotel gebracht.

 

Bij het hotel aangekomen stond Constance, de wasvrouw van het hotel ons al op te wachten. Wat een fijne ontmoeting om elkaar weer te zien! Haar dochtertje van één jaar, naar mij genoemd, was er ook. Ze was echter erg bang voor mij en vond het maar niks. Sommige kinderen hebben nog nooit een blanke gezien en kunnen er heel bang voor zijn. In het hotel maakten we kennis met een nieuwe ober: Tyfundu. Een nette, vriendelijke jongen die erg blij is met zijn werk. We hebben eerst een heerlijke douche genomen, die is in dit hotel bijna net als thuis. Daarna lekker gegeten, rijst met rundvlees. Na het eerste deel is dit altijd een verademing. Even weer een stukje “beschaving”. We blijven toch Hollanders. We hebben heerlijk geslapen, maar je wilt niet weten hoe vermoeid we zijn.