Reisverslag 1 “Wij worden hier zo rijk van”

Reisverslag 1 Malawi Januari 2018

Na een lange maar goede reis zijn we in Malawi aangekomen. De reis is spoedig verlopen. De mensen zijn blij ons weer te zien.

We hebben eerst een dagje rust genomen na de reis. ’s Middags moest Bo naar het registratiekantoor van de overheid. Hij dacht dat ze nog iets van hem moesten weten, maar tot zijn verbazing kreeg hij het certificaat mee! We staan nu in Malawi geregistreerd als organisatie die daar werkzaam is. Dat is heel belangrijk voor ons. Nu zijn we een volwaardige, door de overheid erkende organisatie.

De dag daarop zijn we aan het werk gegaan en hebben we de akkers in Lilongwe en Salima bezocht. Deze akkers zijn van de Teresian Sisters en zij doen goed werk. Zij delen veel mais uit aan de arme mensen hier. Zuster Colleta is een van onze directeuren en heeft er de leiding. Toen de zuster ons de dag ervoor bezocht, gaf ze aan dat er heel veel mensen zijn die mee willen doen. Bo vroeg haar om hoeveel mensen het ging. Zij noemde steeds het getal 177. Dus dacht Bo 177 mensen, maar het bleken 177 groepen (van 7 mensen!) te zijn, dus 1239 mensen! Inmiddels had Bo haar gezegd dat ze die mensen dan maar moest laten komen, dan zouden we hen uitleggen wat het systeem is en dan kijken wat we voor hun kunnen doen en hoeveel er dan nog mee willen doen. Dus u kunt zich voorstellen wat een schok het was dat er zoveel mensen op ons zaten te wachten. Het bleek dat zij allen hun land al hadden bewerkt op onze manier en na doorvragen bleek dat ze ook al hadden gezaaid.  Aangezien ze wel een probleem hebben van rupsen (The Army-worm) hebben we hun wel een bestrijdingsmiddel beloofd en hebben ze waarschijnlijk wel kunstmest nodig.

Maar hoe kunnen we ineens 1239 mensen extra helpen? Dat was een lastige vraag. Tot onze verbazing zagen we ’s avonds terug in ons hotel dat er verscheidene giften uit Nederland binnen waren gekomen. Dan worden we stil. God zorgt voor ons. Wat fijn om te beseffen. De volgende dag gingen we naar Mlale. Ook weer een groep van de Teresian Sisters. Alles herhaalde zich: Heel vroeg eruit, in de auto voor een paar uur, dan in de brandende zon naar de akker lopen, de mais bekijken, opmerken wat goed gaat en laten zien wat niet goed is en het systeem nog maar weer eens uitleggen. Dan weer naar de volgende akker. Soms even naar een markt om een paar zakken rijst of sojabonen te kopen om uit te delen daar, want ze hebben echt niets. Ze zijn zo blij als je aandacht voor ze hebt. Ze willen zo graag meedoen dat ze alles wel willen doen. Bo kan daar goed mee overweg, ik voel soms schaamte, omdat ze het zo arm hebben en wij zo goed. Hoe kan het toch?

Toen we uit Lilongwe vertrokken naar Blantyre moesten we onderweg ook nog wat plekken bezoeken. Zo stopten we bij Bembeke en bij Zalewa. Toen we daar het land gingen bezoeken kwamen we langs een kerk, van riet gemaakt, midden in de bush. De grote gaten zaten in het dak, vreselijk. Zij lachen erom en wij lachen mee, maar ons hart huilt, want dan besef je: het is wel een godshuis, dit kan toch niet waar zijn. Maar ik besef ook dat God zeker geniet van de blijheid en vrolijkheid die hier heerst als ze Hem aanbidden in deze kerk. Want dat is hier zo geweldig. Je geloof wordt zo verrijkt door hen. Om zo dicht bij God te leven als zij doen: te benijden!

De dag voor kerst hadden we een rustdag, even niet weg. We willen niet gestoord worden en hangen een bordje aan de deur van “niet storen”. Bo gaat even roken en stapt de kamer uit. Hij ziet op de gang een schoonmaakster bezig in de kamer tegenover ons en denkt: ik vraag haar even om flesjes water. Als zij zich om draait en hem ziet zegt ze: Oh, herkent u me nog? Hij zegt: jazeker, jij bent Ruth. Ze vindt het prachtig en Bo laat haar de flesjes binnen brengen. Dan ziet ze mij op het bed zitten  en is heel verbaasd. Madam? Ja, zegt Bo, dat is mijn vrouw. Ze begint te dansen, rondjes draaien en te zingen: I am so happy,  I am so happy. Ik wilde u al zo graag ontmoeten. Ik heb u nog nooit gezien, de vorige keer was hij alleen. Hoe gaat het met u? Ze geeft me een dikke knuffel. Ze wil met ons op de foto. Ik vraag haar of ze ook kinderen heeft. Ja 3, van 11, 9 en 4. Dan zeggen we gedag en gaat ze weer aan het werk.

Maar ik kijk gauw in mijn tas en haal er een aantal cadeautjes uit en ik roep haar. Ze valt op haar knieën en zegt: oh wat geweldig, kerstcadeautjes. Dan vertelt ze me dat ze dit jaar geen cadeautjes had voor haar kinderen vanwege het overlijden van haar vader. En dat vond ze zo erg. En nu heeft ze toch iets gekregen om hen te geven. Dank je wel dat jullie denken aan de arme mensen, zegt ze. En we zeggen tegen elkaar: dat is nu het werk van onze God en geven elkaar een high-five.

Het is geweldig om zo met mensen te kunnen delen. Wij worden hier zo rijk van. Om stil van te worden.